Levensloop en publicaties

Als iemand mij in mijn jongere jaren voorspeld zou hebben dat ik schrijver zou worden, had ik hem ongelovig aangekeken. Ik schreef tijdens mijn opleiding op het Marnix-gymnasium (1941-1947), waar ik Latijn, Grieks en Hebreeuws leerde, geen enkel artikel, maar had wel een lovend opstel willen schrijven over J. Huizingaís Herfsttij der middeleeuwen, dat mij om stijl en inhoud zeer boeide.

Student en doctor

Ik was verguld met mijn eerste artikel in een studenten-almanak tijdens mijn studietijd aan de Theologische Hogeschool, Oudestraat (1947-1952). In Pingjum-Zurich (1953-1957) en Oudewater (1957-1963) schreef ik artikelen voor het Gereformeerd Weekblad en De Bazuin. In 1956 begon ik de studie voor doctorandus; dat duurde tot 1965. Toen mijn vader B.Wentsel (1888-1969) vond dat het wel lang geduurd had, erkende ik dit maar verklaarde hem dat de verzorging van twee kerkdiensten per week plus vele catechisaties en het pastoraat in Oudewater en De Lier (1963-1967) mijn energie opeisten. Toch ben ik nooit afgebrand; als ik voelde dat ik aan mijn grenzen zat, ging ik fietsen. In 1965/66 werkte ik met de collegae Fr. De Jong, J. W. K. Kelder en W. Visscher aan een catechisatieboek Je bent te feliciteren (233 blz.). In Beverwijk-Heemskerk (1967-1973) promoveerde ik op Natuur en genade. Een introductie in en confrontatie met de jongste ontwikkelingen in de Rooms-katholieke theologie inzake dit thema,1970. Mijn promotor was A.D.R. Polman (1897-1993), kenner van Augustinus en Calvijn en auteur van een vierdelige commentaar op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat de faculteit mij cum laude gaf voor de prestatie, stimuleerde mij tot voortgaande studie, ook over het onderwerp: heeft de HEER genade bewezen aan de heidenen? Alle vier personen, wier oeuvre ik onderzocht - Henri de Lubac, Karl Rahner, Hans Urs von Balthasar en Eduard Schillebeekckx - namen een heilsgeschiedenis aan onder alle volken op grond van de gerichtheid van de mens op de Godsaanschouwing. Ik vond daarvoor geen aanwijzingen in de bijbel. In 1970 trad ik op 11 september in het huwelijk met Geertruida Gerda Stam, die mij trouw terzijde stond en mijn leven en werken mogelijk maakte. Ik ben God zeer dankbaar dat wij al bijna veertig jaar elkaar mogen vergezellen en steunen in de ups en downs van ons leven. Daar ik nogal wat gelezen had, trachtte ik mijn studie voor anderen vruchtbaar te maken in publicaties zoals De koers van de kerk in een horizontalistisch tijdperk I en II, 1972, en Hij voor ons, wij voor Hem. Over gerechtigheid, verzoening en gericht, 1973. Ik verzorgde met dr. E. de Vries een catechisatieboek, Samen op weg naar mondig geloven, 1972, dat vijf drukken beleefde.